1. Beschrijving van het probleem en toepassingsgebied
Deze handleiding is bedoeld voor het oplossen van problemen met een traag of onveranderlijk werkende hangende cilinder. Deze problemen kunnen optreden in verschillende soorten industriële apparatuur, waaronder drukmachines, mechanische transportbanden, productieapparatuur of technologische lijnen. Het probleem wordt als kritisch ingedeeld, omdat een traag werkende cilinder kan leiden tot stilstand van de productie, een toename van de energiekosten en een verhoogd risico op schending van de productieveiligheid.
2. Veiligheid
Waarschuwing: Voordat u enige acties uitvoert op de luchtinstallatie, zorg er dan voor dat de energie is uitgeschakeld en dat een lock-out-tag-out (LOTO) wordt toegepast om het risico op onbedoeld opstarten van de systeem te elimineren.
Waarschuwing: Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (isolatiehandschoenen, ogenbescherming, beschermende schoenen) bij werken aan onderdelen die opening of demontage vereisen.
Waarschuwing: Voordat u componenten openmaakt of demonteert, controleer of er geen opgeslagen energie aanwezig is in het luchtstelsel.
3. Benodigde gereedschappen voor diagnose
| Naam van het gereedschap | Model / specificatie | Meetbereik | Meta |
|---|---|---|---|
| Multimeter | Fluke 289 | 0-2000 mA, 0-200 V, 0-2000 Ω | Elektrische weerstand en spanning controleren in elektrische schakelingen |
| Thermograf | FLIR T1020 | –20°C tot 650°C | Detectie van thermische anomalieën in het systeem |
| Vibratieanalyser | Brüel & Kjær 4390 | 0-100000 mm/s | Definitie van de vibratiekenmerken van de cilinder |
| Manometer | Testo 2050 | 0-10 bar | Drukcontrole in het systeem |
| Microschaalmeter | Mitutoyo 293-634 | 0-25 mm | Meetneming van slijtage van de seals |
4. Controle voorafgaand aan de diagnose
| Stap | Werkingswijze |
|---|---|
| 1 | Controleer de luchtdruk in het systeem (toegestane druk: 4-6 bar) |
| 2 | Schrijf de werktijd van de cilinder en de kenmerken van onveranderde werking op |
| 3 | Controleer wijzigingen in het apparaat van de afgelopen 24 uur |
| 4 | Schrijf de alarmgeschiedenis en berichten over het ontstaan van problemen |
| 5 | Controleer de toestand van de seals en werkvloeren |
5. Systeematische diagnostische schema
Symptoom: Traag of onveranderlijk werkende cilinder
Controleer de luchtdruk:
- Gebruik een manometer om de druk in het systeem te meten.
- Als de druk minder dan 4 bar is, voer een onderzoek uit naar de ventilator of compressor.
- Als de druk normaal is, ga naar de volgende stap.
Controleer de aanwezigheid van trillingen:
- Gebruik de vibratieanalyser voor het meten van vibratiekenmerken.
- Als de trilling meer dan 50 mm/s is, voer dan een onderzoek uit naar de schokbestendigheid van het systeem.
- Als de trillingen binnen de norm vallen, ga verder naar de volgende stap.
Controleer de elektrische schakeling:
- Gebruik een multimeter om de elektrische weerstand en spanning te meten.
- Als de weerstand boven 100 Ohm ligt, voer dan een onderzoek uit op elektrische circuits.
- Als de weerstand binnen de norm is, ga dan naar de volgende stap.
Controleer de staat van de seals:
- Gebruik een micrometer om het slijtage van de seals te meten.
- Als het slijtage meer dan 0,2 mm bedraagt, voer een onderzoek uit naar het gebruik van deksels uit.
- Als het slijtage binnen de normen valt, ga dan naar de volgende stap.
Controleer de smerting:
- Gebruik een thermograf voor het detecteren van warmteanomalieën.
- Als de temperatuur boven 60°C ligt, voer een onderzoek uit naar de smering.
- Als de temperatuur binnen de norm is, voer dan een onderzoek uit naar de luchtstroom.
6. Matrix van verschillen
| Symptoom | Redenen (voorwaarschijnlijkheid) | Diagnostische test | Verwachte resultaten |
|---|---|---|---|
| Langzaam of onveranderlijke werking van de cilinder |
|
|
|
7. Oorzaakanalyse van elke storing
7.1. Onvoldoende luchtdruk
Onvoldoende lucht druk kan ontstaan door onjuiste instelling van de compressor, verontreiniging van filters of luchtsluiting. Dit leidt tot een lage vermogensniveau, wat de werk snelheid van de cilinder beïnvloedt. Om deze oorzaak te bevestigen, gebruikt u een manometer om de druk in het systeem te meten. Als de druk minder dan 4 bar is, voer dan een onderzoek uit naar de compressor of filters.
7.2. Verbruwd seals
Verwielde ringen kunnen leiden tot een toename van het weerstand en een stijging van de temperatuur van het werkomgeving. Gebruik een micrometer om het verlies van de ringen te meten. Als het verlies meer dan 0,2 mm is, voer de vervanging van de ringen uit.
7.3. Onvoldoende smering
Onvoldoende smering kan leiden tot een toename van wrijving en het ontstaan van thermische anomalieën. Gebruik een thermograf voor het meten van temperatuur. Als de temperatuur boven 60°C ligt, voer een onderzoek uit naar de smering.
7.4. Onjuiste instelling van regelkranen
Onjuiste instelling van regelkraan kan leiden tot onjuiste luchtstroom, wat de werksnelheid van de cilinder beïnvloedt. Controleer de instellingen van de kraan. Als de instellingen afwijken van de aanbevolen waarden, voer dan de instellingen uit.
8. Stappen voor het oplossen van problemen
8.1. Onvoldoende luchtdruk
- Controleer de luchtdruk in het systeem.
- Als de druk minder dan 4 bar is, voer een onderzoek uit bij de compressor.
- Controleer de filters op verstopping.
- Vervang filters indien nodig.
- Controleer op luchtsluiting.
- Voer reparatie of vervanging van onderdelen uit indien nodig.
- Controleer de druk na het uitvoeren van de reparatiewerken.
8.2. Verbruwd seals
- Meet het slijtage van de seals.
- Als het slijtage meer dan 0,2 mm is, voer dan de vervanging van de seals uit.
- Gebruik een micrometer om het slijtage te meten.
- Vervang de seals met nieuwe.
- Controleer de aanwezigheid van slijtage.
- Controleer de werking van de cilinder na de vervanging.
8.3. Onvoldoende smering
- Gebruik een thermograf voor het meten van temperatuur.
- Als de temperatuur boven 60°C ligt, voer een onderzoek uit naar de smering.
- Controleer de aanwezigheid van smering.
- Voeg smering toe indien nodig.
- Controleer de werking van de cilinder na het toevoegen van smering.
8.4. Onjuiste instelling van regelkranen
- Controleer de instellingen van de regelkraan.
- Als instellingen verschillen van de aanbevolen instellingen, voer dan de instellingen uit.
- Gebruik een manometer om de druk te controleren.
- Controleer de werking van de cilinder na instelling.
9. Preventieve maatregelen
| Reden | Preventie | Monitorering | Aanbevolen interval |
|---|---|---|---|
| Onvoldoende lucht druk | Regelmatige inspectie van de compressor | Manometer | Wekelijks |
| Verbruwd slijpkleed | Regelmatige vervanging van slijpen | Microschaalmeter | Maandelijks |
| Onvoldoende smering | Regelmatige toevoeging van smering | Thermograf | Maandelijks |
| Onjuiste instelling van klappen | Regelmatige instelling van klappen | Manometer | Maandelijks |
10. Deelonderdelen
| Omschrijving | Specificatie | Wanneer vervangen | Categorie UNITEC-D |
|---|---|---|---|
| Smeerstopcontact | OK 13028-410, diameter 50 mm | Na slijtage van 0,2 mm | UNITEC-D 01-05-10 |
| Reguleringsklep | Grootte 1/4", PN 16 | Na slijtage of verhoogde verbruik | UNITEC-D 02-07-15 |
| Luchtfilter | Grootte 1/2", PN 16 | Na verontreiniging | UNITEC-D 03-08-20 |
| Lubricant | Speciaal smering voor cilinders | Na het meten van de temperatuur | UNITEC-D 04-09-25 |
Ga naar het e-catalogus UNITEC-D
11. Referentie
- DSТU 2310-2012: Microprocessor system for automatic control
- EN 12947: Technische eisen aan lucht- en gasinstallaties
- ISO 1042: Aanbevelingen betreffende luchtsystemen
- UNITEC-D technische documentatie
- Documentatie van de fabrikant