1. Probleembeschrijving en reikwijdte
Deze handleiding is bedoeld voor het diagnosticeren en corrigeren van cavitatie in hydraulische pompen, veroorzaakt door beperking van de inlaatstroom, een laag reservoirniveau, een hoge viscositeit van de werkvloeistof of luchtgebrek in de aanzuigleiding. Deze problemen doen zich voor in verschillende soorten hydraulische systemen, waaronder industriële machines, productielijnen en hydraulisch bediende apparaten. Cavitatie wordt als cruciaal beschouwd omdat het kan leiden tot pompstoringen, trillingen, lawaai en verminderde systeemefficiëntie.
2. Beveiliging
Alle werkzaamheden aan hydraulische systemen moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de Lockout and Tagout-regels (LOTO).
Schakel het systeem niet uit voordat het werk is voltooid. Tijdens de diagnose kunnen er gevaarlijke lekkages van werkvloeistof, hoge druk of opgehoopte energie optreden.
Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (beschermende handschoenen, bril, geluidsisolatie).
3. Noodzakelijke diagnostische hulpmiddelen
| Gereedschap | Model/Spec | Meetbereik | Het doel |
|---|---|---|---|
| Multimeter | Fluke 434 II | 0–1000 V, 0–200 A | Diagnose van elektrische verbindingen |
| Thermische camera | FLIR-T1030 | -20°C tot 550°C | Detectie van ongelijkmatige verwarming |
| Trillingsanalysator | Model 1610 | 0–20.000 Hz | Detectie van trillingsafwijkingen |
| Druksensor | Model 5000 | 0–100 bar | Drukmeting in de absorptieleiding |
| Niveau | Niveau voor tanks | 0–1000 mm | Controle van het werkvloeistofniveau |
4. Eerste beoordeling (checklist)
| Punt | actie |
|---|---|
| 1 | Controleer het niveau van de werkvloeistof in de tank |
| 2 | Controleer de temperatuur van de werkvloeistof |
| 3 | Controleer de viscositeit van de werkvloeistof |
| 4 | Controleer of er lucht in de aanzuigleiding zit |
| 5 | Controleer de zuigleidingdruk |
| 6 | Controleer op trillingen van de pomp |
| 7 | Controleer op lekken |
| 8 | Registreer de geschiedenis van alarmen en foutmeldingen |
5. Systematische diagnostiek
- Symptoom: pomp zoemt
- Controleer pomptrillingen
- Als de trilling hoger is dan 8,5 mm/s, controleer dan de druk in de absorberleiding
- Als de druk minder dan 1,5 bar bedraagt, controleer dan het niveau van de werkvloeistof
- Als het niveau lager is dan 100 mm, vullen
- Symptoom: de pomp wordt uitgeschakeld
- Controleer de temperatuur van de werkvloeistof
- Als de temperatuur hoger is dan 50°C, controleer dan de viscositeit van de werkvloeistof
- Als de viscositeit hoger is dan 100 cSt, verander dan het type werkvloeistof
- Als de viscositeit hoger is dan 200 cSt, controleer dan de absorptieleiding op lekkage
- Symptoom: pomp reageert niet op opdrachten
- Controleer elektrische aansluitingen
- Als er geen stroom is, controleer dan de machines
- Als de stroom hoger is dan 15 A, controleer dan de spoelen
- Als er geen beurten zijn, voer dan een audit uit
6. Matrix voor het vaststellen van oorzaken
| Symptoom | Mogelijke oorzaak (vanaf meest waarschijnlijk) | Diagnostische test | Verwacht resultaat |
|---|---|---|---|
| De pomp zoemt | Het beperken van de inkomende stroom | Meet de druk in de zuigleiding | De druk is minder dan 1,5 bar |
| De pomp zoemt | Laag niveau van werkvloeistof | Controleer het niveau in de tank | Het niveau is minder dan 100 mm |
| De pomp zoemt | Hoge viscositeit van de werkvloeistof | Meet de viscositeit | Viscositeit hoger dan 100 cSt |
| De pomp zoemt | Luchtstoring in de absorptieleiding | Controleer op lucht | Lucht in de absorptieleiding |
| De pomp wordt uitgeschakeld | Hoge temperatuur van de werkvloeistof | Meet de temperatuur | De temperatuur is hoger dan 50°C |
| De pomp wordt uitgeschakeld | Hoge viscositeit van de werkvloeistof | Meet de viscositeit | De viscositeit is hoger dan 200 cSt |
| De pomp reageert niet op commando's | Defect elektrisch systeem | Meet de stroom | De stroom is hoger dan 15 A |
| De pomp reageert niet op commando's | Verkeerde benadering van het systeem | Controleer de verbinding | Geen stroom |
7. Gedetailleerde analyse van redenen
7.1. Het beperken van de inkomende stroom
Beperking van de inlaatstroom treedt op als gevolg van verstopping van het filter, verstopping van het rooster of onvoldoende doorstroming. Dit leidt tot een drukverlaging in de absorptieleiding, waardoor cavitatie ontstaat. Bevestiging vindt plaats door het meten van de druk in de absorptieleiding. Als de druk minder dan 1,5 bar bedraagt, treedt er stroombeperking op.
7.2. Laag niveau van werkvloeistof
Een laag werkvloeistofpeil kan ontstaan door lekkage, oneigenlijk gebruik of gebrek aan vulling. Dit leidt tot een drukverlaging in de absorptieleiding, waardoor cavitatie ontstaat. Bevestiging wordt uitgevoerd door het niveau van de werkvloeistof te meten. Als het niveau minder dan 100 mm bedraagt, is er sprake van een laag niveau.
7.3. Hoge viscositeit van de werkvloeistof
Een hoge viscositeit van de werkvloeistof kan worden veroorzaakt door het verkeerde type werkvloeistof, hoge temperatuur of het gebruik van oude vloeistof. Dit resulteert in een verminderde stroming, wat cavitatie veroorzaakt. Bevestiging gebeurt door het meten van de viscositeit. Als de viscositeit hoger is dan 100 cSt, treedt er een hoge viscositeit op.
7.4. Luchtstoring in de absorptieleiding
Luchtstoring treedt op als gevolg van lekken, losse verbindingen of gebrek aan vulling. Dit leidt tot de vorming van luchtbellen, waardoor cavitatie ontstaat. Bevestiging gebeurt door de aanwezigheid van lucht te meten. Als er lucht in de absorptieleiding aanwezig is, treedt er een luchtstoring op.
8. Stapsgewijze correctieprocedures
8.1. Het beperken van de inkomende stroom
- Meet de druk in de zuigleiding
- Als de druk minder dan 1,5 bar bedraagt, reinig dan het filter
- Als het filter verstopt is, vervangt u het filter
- Controleer het netwerk op bandbreedte
- Vul het systeem tot een niveau van 100 mm
- Controleer de druk en trillingen opnieuw
8.2. Laag niveau van werkvloeistof
- Controleer op lekken
- Als er lekkages zijn, voer dan reparaties uit
- Vul het systeem tot een niveau van 100 mm
- Controleer het niveau de volgende dag
- Controleer de druk en trillingen opnieuw
8.3. Hoge viscositeit van de werkvloeistof
- Meet de viscositeit van de werkvloeistof
- Als de viscositeit hoger is dan 100 cSt, verander dan het type werkvloeistof
- Vervang de werkvloeistof door een geschikt exemplaar
- Controleer de temperatuur van de werkvloeistof
- Vul het systeem tot een niveau van 100 mm
- Controleer de druk en trillingen opnieuw
8.4. Luchtstoring in de absorptieleiding
- Controleer op lucht
- Als er lucht aanwezig is, vullen
- Vul het systeem tot een niveau van 100 mm
- Controleer de verbinding op dichtheid
- Controleer de druk en trillingen opnieuw
9. Preventieve maatregelen
| De belangrijkste reden | Preventieve strategie | Volgmethode | Aanbevolen interval |
|---|---|---|---|
| Het beperken van de inkomende stroom | Filterreiniging | Drukmeting | 1 keer per maand |
| Laag niveau van werkvloeistof | Het systeem vullen | Niveaumeting | 1 keer per maand |
| Hoge viscositeit van de werkvloeistof | Het vervangen van de werkvloeistof | Viscositeitsmeting | 1 keer per kwartaal |
| Luchtstoring in de absorptieleiding | Het systeem vullen | Het meten van de aanwezigheid van lucht | 1 keer per maand |
10. Vervangende onderdelen en componenten
| Beschrijving van het deeltje | Specificatie | Wanneer vervangen | UNITEC-D-categorie |
|---|---|---|---|
| Filteren | 10 micron-filter | Na verstopping | Filters |
| rooster | Raster van 50 micron | Na verstopping | Filters |
| Werkvloeistof | Hydraulische vloeistof ISO 46 | Na de verandering in viscositeit | Werkvloeistoffen |
| Verbinding | Pomp lijn | Na de lekkages | Lijnen en verbindingen |
| Thermische camera | FLIR-T1030 | Na de lekkages | Extra uitrusting |
11. Koppelingen
- ISO 4406:1999 – Standaard voor zuiverheid van hydraulische vloeistof
- DSTU 3023-95 – Eisen voor hydraulische systemen
- EN 12125:2002 – Vereisten voor hydraulische pompen
- UNITEC-D technische documentatie
- Originele technische documentatie van de fabrikant